
De Federalist Papers is waarschijnlijk het belangrijkste Amerikaanse werk van politieke wetenschap ooit geschreven. Dat dit werk zou uitgroeien tot een standaardreferentie voor studenten constitutioneel recht was aanvankelijk allerminst vanzelfsprekend.
De auteurs Hamilton, Jay en Madison schreven dit werk namelijk in de context van het constitutioneel ratificatieproces, met als doel de bevolking van de staat New York te overtuigen van de noodzaak om de voorgestelde grondwet te aanvaarden. Dit lukte evenwel pas nadat er een opsomming van rechten van burgers werd toegevoegd aan de grondwet, The Bill of Rights.
Ondanks dat de Federalist Papers misschien niet de doorslag gaven bij de aanname van de grondwet, bleek het wel van impactvol voor de jonge republiek. Getuige hiervan de veelvuldige verwijzingen door het Supreme Court om de grondwet te interpreteren.
De auteurs schreven anoniem onder de noemer Publius 85 papers. Elk van hen schreef afzonderlijke bijdragen; Hamilton, New yorker, militair en later minister van financiën, schreef er 51; Madison, afkomstig van Virginia en latere president, was auteur van 29 stukken; Jay, New Yorker en de latere eerste voorzitter van het Supreme Court, schreef slechts een vijftal wegens ziekte. Hoewel de onderneming een gezamenlijk project was, vertonen de essays duidelijke verschillen in stijl en accenten, afhankelijk van de auteur.
De onderwerpen die Publius behandelt variëren van fiscale bevoegdheiden, de zin van een senaat, de rollen van de verschillende machten, een federale structuur, buitenlandse betrekkingen tot defensie. Daarnaast bevatten ze een kritische evaluatie van de confederale instellingen die voorafgingen aan de grondwet. Het werk is dus niet louter theoretisch, maar biedt een concrete analyse van bestaande instituties en stelt alternatieven voor binnen de context van een jonge republiek die zich net had losgemaakt van koloniale overheersing en geconfronteerd werd met interne verdeeldheid over haar toekomst.
Onder meer steunende op denkers als Locke, Hume en Montesquieu trachtte Publius een staatsstructuur te verdedigen die zowel voldoende krachtdadig was als de vrijheden van individuen en minderheden waarborgde. Deze balansoefening was evenwel niet feilloos. De grondleggers brachten de particratie niet in rekening of hielden zich afzijdig van de slavernijkwestie. Desondanks is het nog steeds een inzichtelijke inspiratiebron ter evaluatie en verbetering van constitutionele instituties.
